Verken de theorieën achter de aanpak
Al ruim veertien jaar verbinden we biologie, neurologie, psychologie, sociologie en filosofie tot één raamwerk voor gedragsverandering. We selecteren en vertalen doorlopend relevante wetenschappelijke inzichten naar een praktisch toepasbare aanpak. We maken daarbij gebruik van theorieën (zo’n 700) die voldoen aan de hoogste wetenschappelijke standaarden. Dat leidt tot een samenhangend model dat aansluit op de dagelijkse praktijk van leiderschap en organisatieontwikkeling.

In het model zie je het fundament, sterk vereenvoudigd. Het COM-B gedragsmodel, gecombineerd met de Zelfdeterminatietheorie en de Moraliteit als Coöperatietheorie. Dit maakt inzichtelijk hoe handelvermogen en -ruimte de psychologische basisbehoeften, de motivatiekwaliteit en ten slotte uitkomsten beïnvloeden.
Psychologie
Basisbehoeften, voorkeuren, talenten (ontwikkelde trekken) en ervaringen.
Neurologie
Emotie-, zelfregulatie en impulscontrole, interne of externe triggers.
Biologie
Lichamelijk functioneren en gezondheid, hormonen en aangeboren persoonlijkheidstrekken.
Sociologie
Cultuur, context, normen, verhoudingen en ethiek.

Motivatie is meer dan in- of extrinsiek
Er zijn zes vormen van motivatie, die vallen in twee categorieën. Klik om uit te vouwen:
Autonome motivatievormen
- Leuk vinden (intrinsiek)
- Belangrijk vinden (geïntegreerd)
- Ondersteunt een persoonlijk doel (geïdentificeerd).
Gecontroleerde motivatievormen
- Vanuit schuld of schaamte (geïntrojecteerd)
- Vanuit straf of beloning, dus een consequentie (extern)
- Onbewust, zo gaat het altijd (amotivatie)
Aan de buitenkant zie je meestal niet vanuit welke motivatievorm iemand werkt. Toch leiden de verschillende vormen tot verschillende uitkomsten.
Wil je motivatieonderzoek met Synco doen, maar meer weten over de precieze onderbouwing? Vraag hier de onderbouwing van de motivatievragenlijsten aan.
Motivatie is een voortdurende afweging tussen inspanning en opbrengst.
Gevolgen van de motivatiekwaliteit.
Er zijn vele oorzakelijke verbanden tussen motivatievorm en uitkomst.
Autonome motivatievormen
Gecontroleerde motivatievormen
- Betere prestaties
- Meer weerbaarheid & wendbaarheid
- Meer doorzettingsvermogen
- Meer prosociaal gedrag
- Beter samenwerken
- Dieper leren
- Minder stressklachten
- Gezondere leefstijlkeuzes
- Slechtere prestaties
- Minder weerbaarheid & wenbaarheid
- Sneller opgeven
- Sociaal wenselijk of asociaal gedrag
- Moeizame samenwerking
- Oppervlakkig leren
- Meer stressklachten en uitval
- Ongezondere leefstijlkeuzes

Voedingsbodem voor motivatie
Door te sturen op autonomie, binding (betrokkenheid) competentie en rechtvaardigheid, is de motivatievorm te beïnvloeden. Wat houden deze psychologische basisbehoeften in de praktijk in? Klik om een idee te krijgen:
Autonomie
- Vrijwilligheid. Bijvoorbeeld: vrijwillig regels volgen, anderen helpen, samenwerken.
- Zichzelf kunnen en mogen zijn
- Zich uit kunnen en mogen spreken, mening en input geven
- Ruimte krijgen om gehoord en gezien te worden
- Weten waar iemand voor staat (waarden) en wat persoonlijke doelen zijn
- Duidelijke kaders zijn voorwaardelijk voor autonomie
Binding
- Begrepen voelen
- Gesteund voelen
- Onderdeel voelen van het team en de organisatie
- Warmte ervaren, uitgaan van goede intenties
Competentie
- Meesterschap ervaren, het gevoel dat je ergens ‘aan’ van gaat en er beter in wordt
- ‘Flow’ ervaren, voldoende uitdaging, nog wel onder controle
- Ontwikkelen, leren, vooruitgaan
- Feedback ontvangen van het werk, klanten, leidinggevenden en/of collega’s
Rechtvaardigheid
- Een kandidaat psychologische basisbehoefte van de Zelfdeterminatietheorie, die wij, met goede redenen, alvast omarmen.
- Eerlijke verdeling van lusten en lasten, dus op basis van redelijke, duidelijke, transparantie afspraken
- Gelijkwaardige behandeling. Ook wel ‘Inclusie en diversiteit’ genoemd.
- Wederkerigheid. Inspanning en beloning in verhouding
- Transparante en consistente afspraken en verwachtingen.
- Samenwerkingsprincipes van nobelprijs winnaar Elinor Ostrom kunnen hierbij helpend zijn

